Terug naar 2.1.     HOME           
                                                       
                                                                                                                                                              2. 2.   De verkeerde (dwang)behandeling  (vervolg)                                                                                                            
   Mijn  klacht  bij het tuchtcollege ging,  zoals ik al aanduidde,  in hoofdzaak over twee punten.
   Het eerste was dat er in 1969 bij mij hyperlipemie werd geconstateerd waar ik jaren mee rondgelopen moet hebben en dat mij, hoewel deze niet aantoonbaar hielpen, psychofarmaca voorgeschreven bleven worden en het tweede was dat ik minder dan een jaar later,  in  1970, ondanks dat alles nog een dwangbehandeling moest ondergaan.
   Van  de hoge  waarden van de vetgehaltes die bij mij in 1969 werden aangetroffen (10 mmol/l voor de triglyceriden, dat is  5 tot 20 keer te hoog, de normale waarde ligt tussen de 0,45-tot 2,0 mmol/l  en  van cholesterol  van  8,6 -10,5 mmol/l,  normale waarde < 6,5 ) en die leidden tot troebel serum vermeldde P.  in het geheel niets in zijn brief aan het tuchtcollege. (Ook niet van een glucose-tolerantie die niet normaal was.)
   Bij zulke waarden is er mijns inziens ook geen sprake van een lichte vorm van deze hyperlipemie.

   Uit eigen ervaring weet ik dat er al bij veel lagere waarden, dan waarvan hierboven
sprake is,  klachten door deze hyperlipemie kunnen ontstaan.    

   In 1970,  het jaar van de dwangbehandeling waarover mijn klacht bij het tuchtcollege gaat, was ik voor deze hyperlipemie dus niet al jaren op een juiste  manier behandeld, maar door P. wel al een jaar volkomen verkeerd behandeld.
   (In feite was ik er al van 1961 tot 1969 in het geheel niet voor behandeld maar dat was P. niet aan te rekenen daar ik pas in 1967  bij hem onder behandeling kwam en er toen, voor zo ver ik weet, van de hyperlipemieŽn  nog niet zoveel in de medische wereld bekend was.)

   P.  heeft,  doordat hij gewoon doorging met het toedienen van psychofarmaca - ten tijde van de dwangbehandeling zelfs in krankzinnige hoeveelheden - op geen enkele manier ooit kunnen vaststellen wat voor effect een behandeling van de hyperlipemie alleen,  zonder de bijwerkingen van de psychofarmaca, teweeg zou hebben gebracht.  
   Hij heeft deze daarom  geenszins uitgesloten als mogelijke oorzaak van mijn klachten!
   Integendeel,  hij heeft de klachten die ik door de hyperlipemie had, doordat hij mij psychofarmaca bleef toedienen,  alleen maar verergerd.

   Zijn verweer deed hij - ter adstructie zoals hij schreef - vergezeld gaan van verslagen waaruit zou moeten blijken hoe slecht het met mij ging.  Deze verslagen dateerden evenwel uit 1972 en 1973, dus uit een periode nadat de schadelijke dwangbehandeling plaats had gevonden!
   Er kan dus onmogelijk uit op te maken zijn dat deze ergens goed voor zou zijn geweest, eerder het tegengestelde!  
   Ik heb nooit ergens  kunnen vaststellen dat dit voor het tuchtcollege ooit een probleem is geweest.

   (De periode, van 1972 tot 1975,  die ik nog in de inrichting doorbracht was er een op basis van vrijwilligheid.  Ik liet mij in 1972 weer opnemen omdat ik door de dwangbehandeling zo'n wrak geworden was dat ik thuis,  voor een deel ook nog door andere oorzaken,  vrijwel niets meer kon doen.
  Zonder deze behandeling zou deze opname er naar alle waarschijnlijkheid nooit geweest zijn.   Het  "vrijwillige"  had hier dus een zeer  wrange bijsmaak.)

   In zijn  verweer vermeldt  P.  ook een enkel  incident waarbij ik stimulerende medicatie geŽist zou hebben dat  in  1974,  bijna aan het einde van zijn behandelperiode,  zou hebben plaatsgevonden.  Hij legt dit uit als zijnde in tegenspraak met mijn streven om van de medicijnen af te komen.  
   Ik weet niet meer waarom precies ik toen een dergelijk middel geŽist zou hebben maar er zal zeker een reden voor geweest zijn.
   Wat ik mij namelijk uit die periode nog wel zeer goed herinner was de dreiging om na het overlijden van  mijn vader  levenslang(!) in de inrichting opgesloten te worden.  Van  P. heb ik nooit enig signaal opgevangen dat er op duidde dat hij daar iets op tegen had. Om de soms extreme spanning die dat alles veroorzaakte de baas te kunnen heb ik wel eens medicatie geŽist.
       
   P.  verwijt mij in zijn brief aan het Centraal Tuchtcollege verder nog een aantal andere dingen.  Op geen enkele manier echter toont hij aan wat het nuttig effect van de dwangbehandeling geweest zou zijn.

   De meeste van mijn  klachten,  zoals ik die onder 1.  heb beschreven,  waren door de psychiatrische behandeling,  vanaf 1963,  verergerd!  (De dwangbehandeling sloeg wat dat betreft echter alles!)
   Dat vond  grotendeels zijn  oorzaak in het feit dat diverse psychofarmaca die mij voorgeschreven werden taaislijmvorming tot gevolg hadden.  En deze leidde weer tot nog meer spier-  en  spanningshoofdpijn,  nog meer lusteloosheid  en een nog onaangenamer beleving van het eigen lijf.
   In 1975 kon ik, ten gevolge van al deze medicatie,  mijn rechterarm niet meer gebruiken.  Als ik klaagde over spierpijn liet P.  mij weten dat ik geen spierziekte had, iets wat daarvoor ook niet nodig is.

   De aanwezigheid van taaislijm leidde ook regelmatig tot krakende geluiden, ook in mijn hoofd.  Door sommigen werd dit al gauw geÔnterpreteerd als hallucinatie.
   Van hallucinaties of wanen heb ik echter nooit last gehad.
   Nadat  P. het verschijnsel zelf had waargenomen schreef hij er, in 1972, aan een neuroloog van het  academisch ziekenhuis  waar ik in 1970 werd opgenomen, over:   Bovendien is er een objectief waarneembare klacht aanwezig n.l. een krakend gevoel in zijn hoofd.  Dit geluid is bij tijden duidelijk waarneembaar.  De oorzaak is niet duidelijk. Mogelijk zou het kunen liggen aan het feit dat de schedelnaden niet goed verbeend zijn...
 
   Het  was de zoveelste volkomen misinterpretatie van P.!
   P. heeft nooit iets begrepen van de oorzaak en samenhang van de lichamelijke symptomen die hij bij mij constateerde en de geestelijke gevolgen die dat voor mij had.  

   De therapie voor de hyperlipemie waar ik aan leed  is een aangepast dieet zonodig aangevuld met medicijnen -  geen psychofarmaca - en vermijding van stress.
 
   Het langdurig gebruik van psychofarmaca kan leiden tot een verstoring van allerhande vitale functies zoals zien (tryptizol),  ademhalen,  plassen,  transpireren,  die welke de seksualiteit (melleril) betreffen,  en andere.
   Het leidt,  naar ik meen,  ook tot de glazigheid in de blik en het vele spugen dat ik bij sommige langdurige gebruikers heb waargenomen.  
   Psychofarmaca kunnen op den duur leiden tot allerlei - moeilijk te definiŽren - klachten en tot sterke achteruitgang van de lichamelijke conditie met als gevolg een toename van klachten zoals angst.
   Veel middelen worden op korte termijn al erger dan de kwaal.
   Daarom is het ook waarschijnlijk dat in een aanzienlijk aantal gevallen langdurige en onnodige toediening van psychofarmaca blijvende schade heeft veroorzaakt.  

   P. vond,  ten onrechte dus,  dat ik  dergelijke  "onderhoudsmedicijnen"  nodig had.  
   Mijn opmerking dat een behandeling door een vorige psychiater,  die ik ook als barbaars ervaren had,  niet goed voor mij  was geweest werd door hem van de hand gewezen.  
   Dat iemand uit zijn beroepsgroep het bij het verkeerde eind kon hebben leek onbestaanbaar.  
   Soms kreeg ik de indruk dat hij er persoonlijk belang bij had mij te laten denken dat ik geestesziek was!  Dan kon hij me in elk geval blijven behandelen want zijn beroep  was ook zijn hobby liet hij mij ooit weten.

   Ik heb in de loop der jaren,  als gevolg van mijn aan de psychiatrie verbonden status,  de gekste dingen en opvattingen over mezelf gehoord en gelezen waarvan sommige ook buitengewoon kwetsend  waren.
   Het gemak waarmee sommigen,  niet alleen psychiaters,   uitlatingen deden over stoornissen en eigenschappen die ze bij mij aanwezig achtten,  of die ze me soms binnen de kortste keren toedichtten,  vond ik soms getuigen van een mateloze arrogantie en volkomen overschatting van eigen inzichten en vermogens.
   Ook de betutteling van sommigen vond ik ergerniswekkend.

   De talloze psychologische tests hebben geen enkele bijdrage geleverd aan de genezing van datgene waar ik aan leed.
   In 1975  was op psychiatrische afdeling van het  ziekenhuis waar ik toen verbleef het doen van zo'n test belangrijker dan het vinden van huisvesting voor de periode na ontslag. Dat had ook nog tot gevolg dat ik dakloos werd omdat mij geen tijd gegund werd om een woning te zoeken.

   Datgene wat voor gesprekstherapie moet doorgaan is niet zelden duur betaalde onzin.  De psychiatrische behandelingen hebben miljoenen gekost!

   Wat in 1975,  en  ook daarna,  goed op mij uitwerkte bij mij waren de ademhalings-  en ontspanningsoefeningen  die mij toen werden bijgebracht.
   Gezien  mijn  spierspanningen en de longaandoeningen die ik bleek te hebben is dat natuurlijk  niet zo vreemd.
   Met behulp van deze oefeningen slaagde ik er in binnen een jaar de psychofarmaca volledig af te bouwen!

   In 1986 werden bij mij met rŲntgencontrastopnamen ernstige longaandoeningen vastgesteld waar ik,  volgens een mondelinge uitlating van de longarts die ze ontdekte, mogelijk al vanaf mijn eenentwintigste mee rond liep.
   De verschijnselen, slijm opgeven,  die de huisarts die ik in  '86 had,  er toe brachten mij te verwijzen waren al vanaf  '75  in  zijn praktijk bekend.   Ik werd, waarschijnlijk vanwege mijn psychiatrische achtergrond, vele  jaren te laat verwezen naar een longarts.  
   Zeer waarschijnlijk ook om dezelfde reden  liet deze huisarts, eveneens vele jaren te laat, opnieuw onderzoek doen naar mijn vetspiegels en werd mij daardoor veel te laat een aangepast dieet voorgeschreven.
   Vanwege deze nalatigheden liet ik hem  weten niet langer van zijn diensten gebruik te willen maken.  
   
   Ook bij de volgende was ik weer vrij vlug weg.   Deze wilde mij  -  en daarbij speelde mijn psychiatrisch verleden waarschijnijk ook weer een rol - vanwege geluidsoverlast opnieuw psychofarmaca voorschrijven.   Ik voelde er echter weinig voor om mij nog verder te laten vergiftigen.
   Achteraf ben ik blij met elk besluit dat ik genomen heb.  Het enige wat ik betreur is dat ik ze soms niet veel eerder kon nemen.

   In 1994 liet mijn huidige huisarts mij ongevraagd weten dat de dwangbehandeling van 1970 berustte op een verkeerde diagnose! (Zie  3. Verklaring huisarts.)
 
   De bewering van P.,   in zijn brief aan het tuchtcollege,  dat ik   "door de hele geschiedenis heen altijd mijn klachten gesomatiseerd zou hebben"  wordt daarmee nog veel onwaarschijnlijker.  
       
   Ik ken nu geen zinnig mens meer die er aan twijfelt  dat P.  het bij het verkeerde eind had.  Het zijn de feiten die zijn ongelijk bewijzen.
   Maar juist vanwege mijn  inzichten dat psychofarmaca niet goed voor mij waren werd ik, door zijn toedoen, ten overstaan van de hele wereld als iemand van de opperste dwaasheid neergezet.  

   Volgens de laatste wetenschappelijke opvattingen schijnt  de hyperlipemie waar ik aan lijd veroorzaakt te worden door een deficiŽntie van de enzymen  saccharase en  isomaltase,  dat zijn  biochemische katalysatoren die een rol spelen  bij de suikerstofwisseling.  

   De mening die ik mij,  door mijn ervaringen,  in de loop der jaren over de psychiatrie gevormd heb is dat het  voor minstens  95%  humbug is.
   En humbug is schijnvertoon en boerenbedrog, kwakzalverij.
   
   Geestesziekten bestaan niet. (Zie ook 6.)
   En als  ze niet  bestaan hoeven  ze,  nee,  kunnen ze zelfs niet behandeld worden.  
   Organische stoornissen die afwijkend gedrag veroorzaken, daarentegen, bestaan wel en voorzover die behandeld kunnen worden is daar in wezen geen psychiater voor nodig.    
 
   De psychiater Van Ree liet,  eind jaren 90,  in een artikel in De Telegraaf  weten nog nooit iemand genezen te hebben.

   In hoofdstuk  9.  (Links) treft u een verwijzijng aan naar een lezing van de psychiater, van der Kroef,  die onder meer gaat over de schade die  psychofarmaca kunnen veroorzaken.

                                                                            Terug naar 2.1       HOME