HOME      
                                                                                                                 

                                           
                                                     7.  Reacties politici


   Bijgaand treft u de vrijwel volledige tekst aan van een paar brieven die ik,  in verband met mijn streven naar schadeloosstelling en eerherstel,  mocht ontvangen.
   De naam Marchand daarin is dus mijn pseudoniem.
   De eerste brief is van de voormalig minisiter Borst van VWS.

Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en  Sport
                                                                      
                                                                                       Rijswijk,  10 jan 1997

Geachte heer Marchand,

Uw brief van 11 november j.l. heb ik met aandacht gelezen. Uw brief is een reactie op een eerder antwoord dat u van de directeur Ziekenhuiszorg en Topzorg namens mij ontving. In uw brief snijdt u twee onderwerpen aan.
Allereerst merkt u op dat het eerste antwoord namens mij is gegeven door de directeur Ziekenhuiszorg en Topzorg. Dat heeft u terecht opgemerkt. Op dat punt is niet conform de interne instructies gehandeld. Brieven die door de Koningin ter behandeling worden overgedragen aan een Minister dienen door die Minister persoonlijk te worden getekend. Ik betreur het dat in uw geval niet volgens die instructie is gehandeld.

Het tweede punt dat u aansnijdt betreft het niet-functioneren van de rechtsstaat. Terecht kunt u elke Minister - en dus ook mij - aanspreken op dit onderwerp. Ik heb uw vorige, uitvoerige brief er nog eens goed op na gelezen. In het navolgende wil ik graag mijn reactie geven.

Uit uw brief maak ik op dat u in de periode 1961 (moet zijn 1963, red.)  tot 1970 een heel zware behandeling met psychofarmaca heeft ondergaan. U bent daartoe ook diverse malen opgenomen geweest in een psychiatrisch ziekenhuis. U heeft in de afgelopen periode steeds sterker het gevoel gekregen dat in uw geval een medische vergissing is begaan, met name dat hyperlipemie niet was uitgesloten als mogelijke organische oorzaak van uw ziekte. U heeft jarenlang gestreden om hierover duidelijkheid en erkenning te verkrijgen. Vrij recent heeft uw huisarts u gesteund in uw visie en heeft hij u als zijn oordeel gegeven dat de diagnose - eind jaren zestig - over uw ziekte onjuist was. Daarmee heeft u een oordeel gekregen dat u jaren eerder al had willen krijgen van de officiële juridische instanties

U begrijpt dat ik in mijn positie geen inhoudelijk oordeel over uw zaak kan en mag vellen. Het gaat hier immers om een rechterlijke oordeel over een medische fout. Het Centraal Medisch Tuchtcollege heeft geoordeeld dat de betrokken arts niet tekort is geschoten in onderzoek naar een mogelijk lichamelijke component van uw lijden. Het is natuurlijk heel triest dat u eerst naderhand steun vindt van een andere medicus in uw vermoeden. Maar heeft het zin om na meer dan 25 jaar uw behandelend arts alsnog en opnieuw ter verantwoording te roepen voor een zaak van al zo lang geleden?
Het feit dat in ons rechtsbestel gebeurtenissen kunnen verjaren en het gegeven dat het niet mogelijk is in beroep te gaan tegen een uitspraak van het Centraal Medisch Tucht college leiden u tot de conclusie dat ons rechtsbestel niet goed functioneert.
Ik kan mij uw frustratie zoals u in uw brief weergeeft, goed voorstellen. Tegelijkertijd constateer ik dat de wetgever weloverwogen in wet- en regelgeving ook een bescherming heeft opgenomen voor mensen die wegens medische fouten worden aangeklaagd. Ik vind dat op zich ook een goede zaak. Dit kan tussen de beginselen van rechtvaardigheid en redelijkheid wet eens spanning geven. Dit hoort bij onze rechtstaat en u wordt daar nu nadrukkelijk mee geconfronteerd. Er is helaas voor u geen mogelijkheid meer om uw recht te halen ook al meent u nog steeds geen recht verkregen te hebben.

Het spijt mij dat ik u niet anders kan berichten. Ik wens u veel sterkte toe voor de toekomst en hoop dat u in staat bent uw leven niet te zeer door dit gegeven te laten overschaduwen.

Hoogachtend,

de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
dr. E. Borst-Eilers

  (Juist door datgene wat mij is overkomen -  de jarenlange onnodige drogering en de schade die ik daardoor opliep  -  én door de tegenwerking die ik overal ondervond,  kon ik niet eerder klagen.
  Daarom vind ik dat mij niet verweten kan worden dat ik te laat was met mijn klacht.
  Dat kan naar mijn mening evenmin als iemand, die wil klagen over een medische fout waardoor hij  jarenlang in coma geweest, verwijten dat hij te daarvoor te laat wakker geworden is.    
   
  Over het aandeel van de staat  is  in de brief van mevrouw Borst helemaal niets te vinden.
  Zonder toestemming van de staat  zou de  dwangbehandeling,  die ik beschouw als een vorm van staatsterreur,  niet mogelijk geweest zijn.)
 
  De brief van minister Borst heb ik later,  met nog een paar andere stukken waaronder de verklaring van mijn huisarts,  aan de Tweede Kamer fractie van de PvdA voorgelegd.
  Via de heer Wallage,  destijds leider van deze fractie,  die mij liet weten niet ter zake kundig te zijn belandden deze deze bij de heer Oudkerk van wie ik het volgende antwoord ontving.

Den Haag, 5 februari 1997

Geachte heer Marchand,

Via via kreeg ik uw correspondentie met het ministerie van VWS en met de minister onder ogen. Het antwoord dat minister Borst  u 10 januari 1997 gestuurd heeft heb ik enkele malen gelezen. Ik denk dat zij op een uitstekende manier verwoordt wat er precies aan de hand is. Tussen de beginselen van  rechtvaardigheid en redelijkheid ontstaat wel eens spanning. Soms blijkt echter dat die spanning  een andere uitweg kan vinden dan de uitweg die het meest voor de hand ligt: namelijk na zoveel jaren nog uw recht halen. Ik ben het met de minister eens dat er nu inderdaad geen mogelijkheid meer is om uw recht te halen. Ik hoop met de minister dat u in staat zult zijn om de gebeurtenissen uit het verleden toch een plek te geven in uw toekomstig leven en wens u daar veel sterkte bij.

Een welgemeende groet,

Rob Oudkerk,  lid Twee& Kamer
PvdA-fractie, huisarts

                                                                                                                                   HOME